Home » Ontstaansgeschiedenis Terlouw familie

Ontstaansgeschiedenis Terlouw familie


Vroege geschiedenis van de (Duitse) familie Terlouw. (1354-1465)

( Onderzoek Bert Terlouw – Raalte )

 De geschiedenis van 1465 - 1553 is momenteel slechts deels bekend.

(NB indien er geen bewijs voor een verbinding tussen de Wesel­se en de Neder­landse Terlouwen wordt gevonden (Gorcum en boven­al Goudriaan), moet ervan worden uitgegaan dat de Duitse gegevens niet van toepas­sing zijn).

 Betekenis:

De naam is afgeleid van het Latijnse 'Lobeum' wat staat voor 'Laube' of 'Laubengang'. De vertaling hiervan is de volgen­de: Overgroeide laan, berceau; galerij, gaanderij. De naam stamt in ieder geval uit de Late Middeleeuwen.

Berceau:           1) Met loof overdekt pad.

2) Prieel (Tuinhuisje van latwerk en groen).

3) Booggang.

Galerij:             1) Een lange, overdekte, door zuilen ondersteunde gang rondom een gebouw.

De interpretatie van de naamsbetekenis moet dus liggen in een in beschrijvende wijze aanduiden van iets wat bij die voorva­der welke de naam als eerste droeg als kenmerkend werd gezien.

In zijn boek schrijft Dr Roelen dat de naamgeving wellicht 'met een voor het huis aangebouwde galerij te maken heeft'

Met andere woorden: Louw(en) duidt een specifiek kenmerk in de architectuur van een huis aan. Het voorvoegsel van of ter geeft aan dat men daar vandaan komt.

De oorsprong moet gezocht worden in de Hanzestad Wesel in Duitsland in de tijd dat Wesel een belangrijke Hanzestad was, gelegen aan de Rijn en de Lippe met verbindingsroutes naar o.a. Nederland (met name de handel met Amsterdam).

Het huis ter louwen.

De interpretatie van de naam heeft te maken met het 14e/15e eeuwse Wirtshaus (lees herberg, cafe) 'Haus ter Louwen' welke gesitueerd was op de Grote markt noordzijde in Wesel en waar­van de ligging vrij nauwkeu­rig bekend is. Vanzelfsprekend is er niets meer van dit huis terug te vinden omdat het enerzijds vrijwel uitgesloten een nog intact zijnd huis uit de Middel­eeuwen aan treffen en al mocht het zo zijn dat er nog iets van zou hebben bestaan, dit tijdens de Tweede Wereldoor­log zeker vernietigd zou zijn geweest gezien 98% van Wesel is verdwenen tijdens bombardemen­ten.

Het huis aan de Grote markt wordt aan het einde van de 14e eeuw (1373,1381,1386) voor het eerst beschreven.

Het huis ter Louwen is één van de weinige huizen uit het Laat Middeleeuwse Wesel met een voor die tijd afwij­kende vorm van naamgeving. Er zijn in Wesel rond 1400 slechts vier huizen bekend waarbij de naam is ontleend aan eigenschap­pen van het huis zelf in plaats van vernoeming van een persoon (b.v. 'het huis van Johannis Joncker'). Het aantal huishoudens in Wesel in 1373 was 570 en gezien de zeldzame vorm van naam­geving moet het dus een bijzonder huis geweest zijn. Het huis heeft mini­maal één schuur, een stal en zeer waarschijnlijk een voor die tijd en plaats markante galerij gehad.

Daarnaast moet de stal, welke achter het huis heeft gestaan (aangezien aan beide kanten van het huis eveneens huizen stonden), bereikbaar zijn geweest vanaf een achter het perceel lopende weg. Het huis stond aan de grote markt nabij de Willibrordi-domkerk  aan de noordzijde van de grote markt. Deze kerk is een opvolger van een voor 800 na Chr. gebouwde kleine kerk (Karolingische periode) en is vanaf 1540, de datum van de Reformatie in Wesel, niet meer in Katholieke handen. (Overi­gens is het jaar­tal 1540 tevens een markante datum met betrekking tot de Weselse fami­lie van Louwen; ze worden na 1540 niet meer ge­noemd als inwo­ners van Wesel). Het Raadhuis stond volgens opgravingsgege­vens midden op de grote markt.

Appolonius de Louwa (= eerst genoemde Terlouw !!!!)

Brunyng de Louwa (de Louva), zijn vrouw Daya van Louwen en zijn moeder Gesa.

Met betrekking tot het huis is de vroegste bewoner (voor zover te bepalen) Brunyng de Louwe (de Louva) die er 1373 met zijn moeder woon­de. Zijn vader was toen reeds overle­den (ver­moede­lijk Appolo­nius de Louwa welke in 1354 Consul van Wesel was, zeker is dit echter niet). De moeder van Brunyng (Gesa) komen we voor het eerst tegen in 1352 en zij is waar­schijnlijk overleden tussen 1373 en 1381, aange­zien zij in dit laat­ste jaar niet meer wordt genoemd als (mede)bewoon­ster van het huis ter Louwen.

Brunyng (ofwel Brunyngus) was Consul van Wesel in de jaren 1372, 1378, 1383 tot 1391/92, hij was Schö­ffe (Schepe­n) van Wesel in de jaren 1391/92 tot 1398. Daar­naast was hij in 1378 Burmeister van Wesel. Als beroep was hij handelaar/koopman en 'Wein­wirt', wat zoveel betekend als waard in een wijnlo­kaal.

De bovenge­noemde ambtelijke functies oefen­de hij naast zijn beroep uit, wat gebruikelijk was. Opgemerkt moet worden dat de archieven geen duide­lijkheid verschaffen over de feitelijke inhoud van het vak handelaar/koopman. Het kan een lokale handelaar zijn, maar ook een internationaal handelaar of schipper. De bronnen geven hierover niet altijd evenveel duidelijkheid. Brunyng trouwde met Daya van Louwen en hadden in ieder geval één zoon genaamd Deric. Daya wordt in meerdere archief­stukken genoemd, al dan niet in relatie tot haar man.

Daya oefent blijkens de archiefstukken dezelfde werkzaamheden uit als haar man. Ze wordt zowel in 1401 als in 1420 'Händler­in, Weinwirtin genoemd, woonend in de 1e wijk. Opvallend is een stuk waarin Daya  genoemd wordt samen met ene Bruno Bogel betreffende 'Leistungen für den Landwehrbau' in relatie tot een boerenhoeve aan de weg van Wesel naar Magelsem (1401). Deze Bruno was tevens 'Weinwirt', echter aan de grote markt zuidzijde. De familie Bogel is een bekende en rijke familie in het Wesel in de Late Middeleeuwen.

De laatste archiefstukken betreffende Brunyng dateren van 1398, de laatste betreffende zijn vrouw Daya zijn van 1420. Aangezien Brunyng in 1372 Consul was en dus inmiddels de volwassen leeftijd had bereikt kan ervan uitgegaan worden dat hij in ieder geval ca 1350 moet zijn geboren. Indien Daya van zijn leeftijd is geweest dan is zij zeker 70 jaar geworden. Voor Appolonius kan dit ca 1320 of vroeger zijn geweest.

Opvallend in een bron over een 'opdracht tot het afbreken en opnieuw dekken van gebouwen' in verband met het oog op brand­gevaar uit 1400 is het twee maal vermeld staan van de naam van Louwen. De eerste keer wordt melding gemaakt van 'Brunynx schuere van Louwen' en de tweede maal van 'Dayen stalle van Louwen. Aangezien hier twee maal dezelfde naam betreffende hetzelfde perceel voorkomt betekend dat er van meerdere gebou­wen sprake is die naast elkaar gesitueerd zijn. Tevens is op te maken dat de 'stal van Daye' die bij het huis hoorde deels via een achter het perceel liggende weg bereikbaar was.

Bert Terlouw



Hosted by Voorouders.net   Powered by Family Tree PHP 1.2 © 2009-2011 Gerrit Veldman
Real Time Web Analytics
PageRank